• Mike O, practicing the youth

    Kalle, Danny van Rijswijk, Lorry, Mike Overweg, Bryan Hoogenraad

  • Kars

  • Dave Hyrsky

    Dave Hyrsky training Amstel Tijgers

  • Kwist

  • van Duin

  • Kwist, Peterson, Berteling, Barette training at Amstel Tijgers

  • Michael-Mackie Kwist

    Michael-Mackie Kwist in practice with youth players

  • Kathan

  • Hockey talk

    McLaughlin,Collard,Pirinnen,Kathan

  • Collard

    Tobie Collard practicing with Amstel Tijgers

“IJshockey voor dummies”

Hoe wordt het spel gespeeld:

De bedoeling van het spel is, om met je hockeystick, de puck in het doel van je tegenstander te schieten en ondertussen te voorkomen dat de tegenstander een doelpunt maakt. Het team dat de meeste doelpunten maakt is de winnaar. Als beide teams een gelijk aantal doelpunten maakt, eindigt de wedstrijd in een gelijkspel, tenzij een “sudden-death” doelpunt nodig is om de wedstrijd te eindigen (wie het eerst scoort, wint).

In elke leeftijdsklasse zijn er twee teams, bestaande uit 6 spelers, op het ijs tijdens de wedstrijd. IJshockey-teams bestaan normaal gesproken uit 15 tot 16 spelers. Het hele team bestaat uit 1 of 2 goalies (keepers), 6 verdedigers en 8 tot 10 aanvallers. Dit aantal spelers is nodig om elkaar wat rust te gunnen tijdens een wedstrijd. De goalie blijft dicht bij het doel. De 5 andere spelers schaatsen op het ijs, ondertussen de puck overspelend van de ene naar de andere speler.

De puck is een klein zwart object, gemaakt van samengeperst rubber, 7,6 cm in diameter en 2,6 cm dik. Het hele spel draait om de puck. De puck moet altijd in beweging zijn of de scheidsrechter zal op zijn fluitje blazen en de wedstrijd stil leggen. Het is de bedoeling van een team om de puck in het doel van de tegenstander te krijgen. Als de puck op een legale manier in het net komt van de tegenstander, wordt dit een doelpunt genoemd. De laatste twee spelers van het scorende team die de puck hebben aangeraakt voordat het doelpunt werd gemaakt, hebben geholpen bij het maken van het doelpunt (assist). De doelpuntenmaker en de spelers die hebben geholpen worden genoteerd tijdens de wedstrijd en over het gehele seizoen. Op deze manier wordt er een lijst van topscorers bijgehouden.



Perioden

Een wedstrijd bestaat normaal gesproken uit twee of drie perioden. Voor de jongere spelers bestaat een periode uit 10 minuten waarbij de klok doorloopt, zelfs al heeft de scheidsrechter geblazen om de wedstrijd stil te leggen. In de competitie wordt er 3 x 20 minuten gespeeld en wordt de klok stilgezet. Er is een rust van 15 minuten tussen de perioden.

Tijdens de wedstrijd blijven 2 spelers (verdedigers) dicht bij het doel, om hun goalie te helpen om doelpunten te voorkomen. De andere 3 spelers heten aanvallers. De aanvalslijn bestaat uit een midden (center), een rechtervleugel (rightwinger) en een linkervleugel (leftwinger) aanvaller. Deze aanvalslijn moet ook mee kunnen verdedigen, maar hun taak is voornamelijk om doelpunten te scoren.De beste manier om dit te doen is om het spel te controleren in het vak bij het doel van de tegenstander en de puck rond te laten gaan totdat een van de spelers een kans heeft om een doelpunt te maken.

De verdedigers gaan staan bij de “blue line” (blauwe lijn) en proberen de puck in het vak van de tegenstander te houden (zone). Van hieruit kunnen ook zij een schot proberen op het doel van de tegenstander. Als de puck buiten de zone van de tegenstander komt, moet het hele team weer buiten deze zone komen en opnieuw proberen een aanval op te zetten. Dit is, als zij nog steeds de puck bezitten. Als de tegenstander de puck onder controle heeft, moet het team gaan verdedigen en proberen het andere team te verhinderen een doelpunt te scoren.

AAS-8529



De IJsbaan / belijning

De rode lijn die de ijsbaan precies doormidden deelt heet de “center line” (midden lijn). De andere twee lijnen zijn blauw en verdelen het ijs in drie gedeelten. Twee van de drie gedeelten zijn aanvallende of verdedigende zones. Dit wordt bepaald door het aanvallende of verdedigende team. Het gedeelte dat overblijft heet de neutrale zone. Deze ligt tussen de twee blauwe lijnen. De halve cirkelrond het doel wordt het doelgebied genoemd (een doel is 1,8 meter breed en 1,2 meter hoog). Dit gebied is gemaakt om de keeper te beschermen tegen tegenstanders die hem proberen neer te halen of voor spelers die proberen een doelpunt te voorkomen. De puck moet geheel over de lijn heen die tussen de palen loopt, voor het een doelpunt is.

Het ijs heeft 5 cirkels, 1 in het midden van het ijs en 2 aan beide zijden van elk gedeelte. Tijdens het spel plaatsen de beide teams zich rond deze cirkels en wachten op de scheidsrechter die de puck in het midden van de cirkel gooit om het spel weer te hervatten. Dit heet een “face-off” tussen beide teams. Een “face-off” wordt genomen als een scheidsrechter het spel heeft stil gelegd tijdens de wedstrijd, of als er een oneerlijke situatie ontstaat tijdens het spel tussen beide teams. De cirkels zijn 9 meter in diameter en alleen de 2 spelers die de “face-off” nemen mogen zich in de cirkel bevinden als de scheidsrechter de puck laat vallen.

Sport-Hockey-Ice-hockey-field-view-from-long-side-Template



Scheidsrechters

Er zijn tijdens de wedstrijd (normaal gesproken) twee of drie scheidsrechters op het ijs. Op hoog niveau is er een scheidsrechter en twee lijnrechters. Op lager niveau zijn er twee scheidsrechters of een scheidsrechter en een lijnrechter. Op hoger niveau gaat de lijnrechter heen en weer over het ijs, pakt de puck op voor de scheidsrechter en geeft “offside” of “icing” aan. Dit wordt later uitgelegd.

De scheidsrechter heeft het iets moeilijker. Hij (of zij) moet de regels van het spel handhaven, het bepalen van een eerlijk doelpunt, alsmede het controleren of sturen van het gedrag van de spelers. Het controleren van de tijd en uitrusting behoort ook tot zijn taak. Alle drie mogen zij het spel d.m.v. het blazen op een fluitje stilleggen. Als de wedstrijd wordt stilgelegd, stopt iedereen met het spel. Vaak wordt deze tijd gebruikt door de coach om de spelers op het ijs te wisselen.

Soms wordt er op het fluitje geblazen om een straf te geven aan een speler. Deze straf, meestal twee minuten zitten op de strafbank, wordt gegeven aan de speler die de overtreding begaat. Tijdens deze twee minuten speelt het team zonder de speler die is bestraft. Deze tijd wordt tijdens het spel een “power play” genoemd. Het geeft het andere team, met de extra aanvaller, een betere kans op scoren. Het team met een speler minder heeft zoals we dat noemen een “penalty kill”. Een ander voorbeeld is dat de lijnrechter of scheidsrechter op zijn fluitje blaast om de wedstrijd stil te leggen omdat er zich een oneerlijk speelmoment voordoet voor een van de teams.

Scheids-600x600

Hier zijn twee voorbeelden:

Offside (buitenspel):

Offside doet zich voor wanneer een speler van het
aanvallende team zich al over de blauwe lijn
(bij het doel van de tegenstander) bevindt, voordat de
puck deze lijn is gepasseerd.

De lijnrechters moeten dit zeer goed in de gaten houden.
Als een speler buitenspel is, wordt er een face-off
genomen. Deze face-off wordt genomen net over de
blauwe lijn van het verdedigende team.

Icing:

Voor icing wordt gefloten als een speler de puck speelt
van zijn helft over de doellijn van de tegenstander,
zonder dat de puck wordt aangeraakt of door het
doelgebied van de tegenstander gaat.

Dit is een overtreding waarbij de puck wordt teruggelegd
in het verdedigingsvak van het aanvallende team voor
een face-off. Voor icing wordt niet gefloten wanneer
het aanvallende team met een speler minder speelt.



Overtredingen / straffen

Onnodig om te vermelden, er zijn meer regels dan iemand kan onthouden. Een scheidsrechter echter, moet ze allemaal kennen en moet ook nog bepalen welke straf wordt uitgedeeld en hoelang de straf duurt.

Er zijn lichte straffen van 2 minuten, er zijn zware straffen van 5 minuten en uitsluitingen van 10 minuten. Soms mag een speler de rest van de wedstrijd of zelfs een aantal wedstrijden niet meer spelen omdat hij heeft gevochten, iemand expres heeft geprobeerd te verwonden of heeft geprobeerd een tegenstander tegen te houden met het uiteinde van zijn stick.

Gestrafte spelers mogen terug op het ijs, als de tegenstander een doelpunt heeft gemaakt. Dit alleen tijdens een lichte straf, maar nooit tijdens een zware straf of een overtreding. Vervanging van een speler is mogelijk tijdens een overtreding zodat een team niet is benadeeld tijdens een wedstrijd en zo ook de keeper wanneer hij (of zij) een overtreding heeft begaan.

Een team speelt ook met een speler minder bij een lichte of zware straf uitgesproken tegen de keeper. Een team kan nooit spelen met minder dan 4 spelers,zodat als er een derde speler een straf krijgt, deze pas ingaat als een van de andere spelers met een straf weer het ijs op mag.

Scheids1

Boarding
Overtreding: Op enigerlei wijze de tegenstander met geweld tegen de boarding gooien.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter slaat voor zijn borst met gebalde vuist tegen de gestrekte handpalm van de andere hand

Butt-ending
Overtreding: Het (proberen te) porren van een tegenstander met de achterzijde van de stick.
Straf: Poging tot butt-ending: dubbele minor penalty + misconduct.
Butt-ending: Major penalty + game misconduct. Bij verwonding: match penalty.
Teken: De scheidsrechter beweegt voor zijn borst beide armen over elkaar heen. De ene hand is gestrekt, de andere vormt een vuist.

Charging
Overtreding: Het inrijden op of bespringen van een tegenstander.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter draait zijn armen met samengebalde vuisten voor de borst om elkaar.

Checking from behind
Overtreding: Het van achteren duwen of checken van een tegenstander.
Straf: Minor penalty + misconduct of major penalty + game misconduct of match penalty.
Bij verwonding: Major penalty + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter maakt met open handpalmen een duwende beweging.

Checking to the head area
Overtreding: Het direct checken van de tegenstander tegen het hoofd.
Straf: Minor penalty + misconduct of major penalty + game misconduct of match penalty.
Bij verwonding: Major penalty + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter beweegt met open handpalm naar de zijkant van zijn gezicht.

Clipping
Overtreding: Actie waarbij het lichaam tegen of onder de knie van de tegenstander wordt geworpen.
Straf: Minor penalty.
Bij verwonding: Major penalty + game misconduct penalty of match penalty.
Teken: De scheidsrechter slaat met de zijkant van zijn open hand in zijn knieholte.

Cross checking
Overtreding: Een tegenstander een check geven met een stick die met beide handen wordt vastgehouden en waarbij de stick geen enkel deel van het ijs raakt.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter houdt zijn handen met samengebalde vusiten op ongeveer een halve meter afstand van elkaar. Vervolgens maakt hij voor zijn borst een duwende beweging naar voren.

Doelpunt
De puck wordt op legale wijze over de doellijn gebracht. D.w.z. via de stick. Er kan niet gescoord worden als de puck geschopt of gegooid wordt, zelfs niet als deze daarna via een speler, doelverdediger of scheidsrechter in het doel verdwijnt. Een schot dat via de schaats van een medespeler het doel ingaat wordt gekenmerkt als een geldig doelpunt, mits deze speler geen schoppende beweging maakt.
Teken: De scheidsrechter wijst met vlakke hand in het doel.

Elbowing
Overtreding: Het ongeoorloofd aanvallen van de tegenstander met de elleboog.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter brengt voor zijn borst volle open hand naar de elleboog van zijn andere arm.

Handpass
Overtreding: De puck wordt met de hand naar een medespeler gepasst. In het verdedigingsvak is het toegstaan om met de hand een pass te geven naar een medespeler, mits deze de puck ontvangt voor deze het neutrale vak ingaat.
Straf: Hier staat in principe geen tijdstraf op. Als de speler met zijn hand de puck omklemt, dan is er sprake van “holding the puck”, hetgeen bestraft wordt met een minor penalty.
Teken: De scheidsrechter maakt met open handpalm een duwende beweging.

High sticking
Overtreding: De stick wordt boven normale schouderhoogte gehouden.
Straf: Minor penalty of major penalty + game misconduct.
Bij verwonding: Major penalty + game misconduct of match penalty.
Oordeelt de scheidsrechter dat de highstick per ongeluk gebeurde: Dubbele minor penalty.
Teken: De scheidsrechter brengt samengebalde vuisten boven elkaar ter hoogte van zijn voorhoofd.

Holding
Overtreding: Het vasthouden van een tegenstander.
Straf: Minor penalty.
Een speler die het masker van een tegenstander vastpakt of die een tegenstander aan het haar trekt: Minor penalty of major penalty + automatische misconduct.
Teken: De scheidsrechter houdt voor zijn borst met zijn ene hand de pols vast van de andere arm.

Holding the stick
Overtreding: Het vasthouden van de stick van een tegenstander.
Straf: Minor penalty.
Teken: Dit is een gecombineerd teken. Eerst geeft de scheidsrechter het holding-teken en vervolgens geeft hij een teken waarbij hij doet alsof hij een stick op een normale wijze vasthoudt.

Hooking
Overtreding: Het met het stickblad haken van een tegenstander.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Bij een break-away: Penalty shot.
Teken: Een trekkende beweging met beide armen alsof de scheidsrechter een voorwerp richting maagstreek trekt.

Interference
Overtreding: Het hinderen van een tegenstander die niet in het bezit van de puck is.
Straf: Minor penalty.
Teken: De scheidsrechter houdt beide armen met gebalde vuisten kruislings voor zijn borst.

Kneeing
Overtreding: Het ongeoorloofd aanvallen van de tegenstander met de knie.
Straf: Minor penalty.
Bij verwonding: Major penalty + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter brengt een open handpalm naar de knie.

Match penalty
Overtreding: Een straf die o.a. wordt opgelegd voor het starten van een vechtpartij of het opzettelijk verwonden van een tegenstander.
Straf: De bestrafte speler moet naar de kleedkamer. Zijn team krijgt een 5 minuten tijdstraf.
Teken: De scheidsrechter brengt zijn vlakke hand boven zijn hoofd.

Misconduct penalty
Overtreding: Een straf die o.a. wordt opgelegd voor wangedrag jegens tegenstander of wedstrijdleiding.
Straf: De bestrafte speler moet voor 10 minuten op de strafbank plaatsnemen. Op het ijs mag hij onmiddellijk door een teamgenoot worden vervangen. Na de 10 minuten straf mag de speler pas op het ijs terugkeren als het spel stilligt.
Teken: De scheidsrechter brengt beide armen naar zijn zij.

Penalty shot
Overtreding: Een straf die o.a. wordt opgelegd voor het haken of trippen van een doorgebroken tegenstander.
Straf: Alle spelers moeten zich terugtrekken bij hun eigen spelersbank. De aanvallende speler mag vanaf de middenstip vrij op de doelverdediger van de tegenstander afschaatsen. De puck moet zich voorwaarts blijven bewegen. Vanuit een rebound kan niet gescoord worden.
Teken: De scheidsrechter brengt beide armen boven zijn hoofd.

Roughing
Overtreding: Het gebruik van overdreven ruwheid.
Straf: Minor, dubbele minor, major + game misconduct of match penalty. Een speler die bij een vechtpartij opzettellijk zijn handschoenen uitdoet wordt bestraft met een misconduct.
Teken: De scheidsrechter brengt een arm met gebalde vuist zijwaarts.

Slashing
Overtreding: Het met de stick slaan van een tegenstander.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Tijdens een opstootje met de stick naar tegenstander zwaaien: Major penalty + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter maakt met de zijkant van zijn open hand een slaande beweging op de pols van de andere arm.

Spearing
Overtreding: Het (proberen te) porren of steken van een tegenstander met het blad van de stick.
Straf: Poging tot spearing: dubbele minor penalty + misconduct.
Straf Spearing: Major penalty + game misconduct.
Bij verwonding: Match penalty.
Teken: De scheidsrechter maakt met beide armen een stekende beweging zijwaarts.

Spelerswissel
Een teken voor spelers, coaches en toeschouwers m.b.t. de procedure van spelerswissel.
Straf: Bij overtreding van de procedure krijgt een team de eerste maal in de wedstrijd een waarschuwing, elke volgende maal wordt een bench minor penalty opgelegd.
Teken: De scheidsrechter geeft een teken zoals een politieagent een stopteken geeft.

Time-out
Elk team heeft gedurende de wedstrijd de mogelijkheid tot één timeout.
Teken: De scheidsrechter maakt voor zijn borst een T-teken.

Too many men on the ice
Overtreding: Een team heeft tijdens het spel te veel spelers op het ijs staan.
Straf: Bench minor penalty.
Indien dit opzettelijk gebeurt gedurende de laatste 2 minuten van een wedstrijd of gedurende de verlenging: Penalty shot.
Teken: De scheidsrechter geeft met zes vingers (een open hand) het teken voor zijn borst.

Tripping
Overtreding: Het laten struikelen van een tegenstander.
Straf: Minor penalty of major + game misconduct.
Bij verwonding: Major + game misconduct of match penalty.
Teken: De scheidsrechter geeft het teken middels met zijn hand onder de knie te slaan.

Wash-out
Een manier om aan te geven dat scheidsrechter of linesman zaken hebben opgemerkt, maar dat deze niet bestraft worden. Ook een manier om aan te geven dat er geen doelpunt is gemaakt.
Teken: De scheidsrechter brengt beide armen met open hand zijwaarts. De handpalm is hierbij naar onder gericht.